Nieuws
Home » Artikelen » De niet zo ’’Gouden Eeuw’’

De niet zo ’’Gouden Eeuw’’

In de Nederlandse geschiedenisboeken wordt de periode 1600 tot 1700 vaak de ’’Gouden Eeuw’’ genoemd. De Republiek der Verenigde Nederlanden (1588-1795) groeide in deze tijd uit tot een grote imperialistische speler. Een reputatie die ook het huidige Koninkrijk der Nederlanden graag aanslaat om kapitalistische belangen van dienst te zijn. Echter aan de ’’Gouden Eeuw’’ zit ook een propagandawaarde. Rechtse politici vereren deze periode. Premier Jan Peter Balkenende (2002-2010) vond dat we de VOC mentaliteit moesten omarmen en ook extreemrechts heult dolgraag met de tijd toen Nederland een imperialistische wereldspeler was.

Artikel door Jorein Versteege

Oprichting Republiek en VOC

Nederland was officieel geen monarchie van 1588 tot 1806. Willem van Oranje was de eerste stadhouder, een titel die hem geschonken werd door de staten van Zeeland en Holland. Officieel was het een titel vergelijkbaar met staatshoofd, de werkelijke macht moest liggen bij de staten. In werkelijkheid zou Willem van Oranje en zijn opvolgers veel persoonlijke macht hebben in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Het land was vanaf 1588 een confederale republiek met de Staten-Generaal als parlement. Deze naam bestaat nog steeds, want de Eerste Kamer en Tweede Kamer dragen de officiële titel Staten-Generaal, ook al zijn de gekozenen niet meer vertegenwoordigers van de staten. In 1602 werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht als handelsonderneming met een door de Staten-Generaal verleend monopolie op de overzeese handel.

Hierdoor werd de VOC de rijkste organisatie van het land, omdat het als enigste overzeese handel mocht voeren namens de Republiek. We kunnen de VOC zien als de eerste grote kapitalistische onderneming in de lagenlanden. Uiteindelijk werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie zo groot dat ze een staat in een staat werden. Want in Azië had de VOC volledig vrij spel van de Republiek gekregen. Men sloeg een eigen munt en bouwde een leger op. Dat leger werd ingezet om via geweld de wil van de organisatie af te dwingen op locale bevolkingen. Het Bloedbad van Banda is het meest bekend. In 1621 pleegde het leger van de Compagnie een massamoord, door 2.500 bewoners van het eiland Banda Besar (Molukken) uit te moorden. 1.700 werden daarnaast tot slaaf gemaakt en afgevoerd door Jan Pieterszoon Coen.

De Verenigde Oost-Indische Compagnie werd aanvankelijk bestuurd door zestig bewindhebbers. Uiteindelijk groeide het aantal bewindhebbers naar 73, omdat steden en provincies ook invloed gingen opeisen binnen de Compagnie. Hoewel de adel en hun politici zich konden verrijken dankzij de overzeese handel, moest de gemiddelde arbeider en boer hard werken voor weinig loon. Het feudalisme was aan de macht, de adel bepaalde de politiek en daarmee de Republiek der Verenigde Nederlanden. Als je niet tot de adel geboren was, dan kon je nooit opklimmen tot een hoge positie, want die behoorde allemaal toe tot mannen van de adel. Vrouwen hadden geen rechten, zij werden door de staat en kerken gedwongen om thuis te blijven.

De economie van de Republiek was vooral agrarisch. 50% van alle Nederlanders was boer of werkte op het land. Aangezien dat land eigendom was van de adel, was er spraken van veel armoede omdat de adel alle winsten opeisten en de boeren maar zeer weinig betaalde. Het Gewest Holland (provincies Noord en Zuid Holland tegenwoordig) en in de noordelijke gewesten, was de visserij een belangrijke bron van werk en inkomsten. Het was hard werken en het aantal doden door rampen of ongelukken was groot. De levensverwachting lag ook niet hoog. Wie 50 jaar kon worden werd als oud gezien. Kindersterfte was hoog en ook vrouwen konden vaker overlijden bij de geboorte.

Oorlogje spelen op zee met Engeland

In de zogenaamde ’’Gouden Eeuw’’ vocht de Republiek der Verenigde Nederlanden drie oorlogen met het Koninkrijk Engeland. Engeland was in 1652 echter niet het koninkrijk van later. Het land was een republiek onder Oliver Cromwell. Het Engelse Gemenebest had plannen om de Nederlandse Republiek voor haar imperialistische doelen te winnen. Echter de calvinistische Nederlanders moesten daar niets van weten. Daarnaast beviel het Cromwell niet dat de Oranje partij (aanhangers van de Prins van Oranje) de kant van de Engelse monarchisten kozen. Het Engelse republikeinse parlement besloot dat goederen uit hun koloniën en alle goederen voor het gemenebest van Cromwell, enkel nog maar door Engelse schepen mochten worden getransporteerd. Deze wetten belemmerden niet alleen voornamelijk de Nederlandse handel, ze werden ook nog eens misbruikt als een voorwendsel om Nederlandse schepen in beslag te nemen, iets wat meer dan 140 maal gebeurde.

De spanningen tussen de Nederlandse Republiek en het Engelse Gemenebest waren hoog opgelopen toen een Nederlandse handelsvloot onder Maarten Tromp in Engelse wateren, te laat was met het ’’begroeten’’ van een Engelse vloot. Het kwam tot een zeeslag wat de Engelsen meteen gebruikten om de oorlog te verklaren aan de Republiek. Deze eerste oorlog zou vooral het leven kosten aan zeeliederen waaronder admiraal Maarten Tromp. In 1654 werd een vredesverdrag getekend, de Vrede van Westminster. Nederland had deze eerste oorlog min of meer verloren en moest beloven dat de Prins van Oranje geen stadhouder mocht worden, dit tot grote woede van de Oranje partij. Hierdoor begon het tijdperk van de Staatsgezinde partij (ook wel Loevesteinse factie), een deel van de adel die vond dat de Republiek geen verkapte Oranje monarchie moest voorstellen.

Oliver Cromwell werd in 1658 afgezet en een jaar later werd de monarchie in Engeland hersteld onder Charles de Tweede (1630-1685). Ondertussen werd de Nederlandse vloot uitgebreid met 60 nieuwe schepen. Ook de tweede oorlog die in 1665 begon zou een zeeoorlog worden, waarbij opnieuw spraken was van een oorlog op zee. De Marine van de Republiek stond aanvankelijk onder gezag van Cornelis Tromp. Die verloor de Zeeslag bij Lowestoft. In reactie hierop werd Michiel de Ruyter aangesteld als admiraal. De Ruyter was van oorsprong niet van adel. Hij werd in de adel stand verheven door door de Deense koning in 1660. Dat de Ruyter niet adel geboren was zorgde voor frictie tussen hem en Cornelis Tromp. Die steunde ook de Oranje partij, terwijl De Ruyter bevriend was met Johan de Witt.

De Witt was sinds 1652 de belangrijkste politicus van de Republiek. Dit omdat hij als Raadpensionaris van het Gewest Holland de meeste macht bezat. Aangezien de Prins van Oranje geen stadhouder mocht zijn, lag de werkelijke macht bij de Raadpensionaris van Holland. De Witt was een aanhanger van de Staatsgezinde partij en tegen de Oranje partij Dankzij de overwinningen van Michiel de Ruyter op zee werd in 1667 de Vrede van Breda getekend. Deze vrede duurde maar vijf jaar. Achter de schermen was Koning Charles de Tweede van Engeland bezig om de Prins van Oranje (zijn neef) weer aan de macht helpen. Echter Willem Hendrik van Oranje was niet bereid om een marionet van zijn oom te worden. Dus besloot Engeland om samen met Frankrijk de Nederlanden aan te vallen in 1672.

De invasie van de Republiek der Verenigde Nederland in 1672 werd het Rampjaar genoemd. Franse troepen vielen vanuit het zuiden binnen en troepen uit Münster en Keulen vanuit het oosten. De Engelse vloot hoopte om een invasie via de zee te kunnen uitvoeren. Op 20 augustus 1672 lukte het de Oranje partij om de macht te grijpen. Johan de Witt en zijn broer werden door de aanhangers van Willem Hendrik van Oranje opgepakt en op straat vermoord, hun lichamen opgehangen. De Prins van Oranje werd benoemd tot stadhouder van de Republiek. Op zee lukte het Michiel de Ruyter om de invasie van de Engelsen en Fransen tegen te houden. Hierdoor kon het Gewest Holland stand houden.

Geldgebrek zorgde uiteindelijk voor de nederlaag van Charles de Tweede. Hij kon de derde oorlog tegen Nederland niet meer betalen. Nadat zijn Franse bondgenoten de Republiek in 1673 verlaten hadden, moest hij opnieuw zijn nederlaag erkennen. Voor werkenden veranderde niet veel. De Republiek der Verenigde Nederlanden zou tot de Bataafse Revolutie in 1795, een monarchie verkleed als republiek blijven. Het tijdperk van de Oranje stadhouders was begonnen. Michiel de Ruyter overleed op zee in 1676, ondanks zijn eerdere oppositie tegen de Oranje partij bleef hij de Prins van Oranje trouw.

Schijntolerantie en verheerlijking

Er wordt vaak beweert dat de Republiek der Verenigde Nederlanden tussen 1600 en 1700 erg tolerant was voor andersdenkenden. Dit is enkel correct op het feit dat de katholieken niet massaal vervolgd werden door de protestantse politieke elite. Maar van politieke vrijheid en het recht om je tegen de adel en diens marionetten te keren was geen spraken. Johan de Witt van de Staatsgezinde partij en Willem Hendrik van Oranje waren uiteindelijk allemaal politici in dienst van de adel. Politici van de Republiek waren allemaal mannen die door hun adellijke afkomst politiek mochten voeren. Van vrijheid van meningsuiting was geen spraken. Het zou nog tot 1918 duren voordat er algemeen kiesrecht zou komen voor mannen en vrouwen. Politiek opportunisme vormde de kern van de ’’Gouden Eeuw’’. Want uiteindelijk draaide alles om zelfverrijking van de politici van de Republiek. Daarin is niet veel veranderd. 10.133,92 euro per maand en wachtgeld bij vertrek, krijgen politici van de Eerste en Tweede Kamer van de Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden anno 2025!

Het leven voor arbeiders en boeren was zwaar onder de adellijke dictatuur van zowel de Staatsgezinde partij (Johan de Witt, Michiel de Ruyter) en de Oranje partij (Cornelis Tromp, Willem Hendrik van Oranje). Martelingen in de kelders van het Paleis op de Dam getuigen van de enorme wreedheid. De herenhuizen van de adel in Amsterdam waren zo gebouwd, dat schutterij troepen toegang hadden tot de eerste etages. Vanuit daar konden ze gericht schieten op opstandige arbeiders als die protesteerde. Zo hadden leden van de adel hun herenhuizen als kleine forten gebouwd. Voor werkenden maakte het niet veel uit of nu een Raadpensionaris of een Koning de baas was. Hun leven bestond bij de gratie van de elitaire adel en diens politieke marionetten. Velen konden niet lezen of schrijven en waren afhankelijk van hun arbeid om een mager loontje te krijgen.

Sinds de 20ste eeuw wordt de Republiek der Verenigde Nederlanden verheerlijkt, door met name rechtse politici. Ook extreemrechts zou de periode van de zogenaamde ’’Gouden Eeuw’’ gebruiken om de ’’Grootheid van Nederland’’ aan te tonen. De extreemrechtse Nationaal Socialistische Beweging (NSB) verheerlijkte de VOC en diens imperialisme. Anton Mussert had veel aanhangers onder Nederlanders die in koloniën woonden. Tijdens de bezetting van Nederland in de Tweede Wereld Oorlog maakte de Duitsers propaganda met Michiel de Ruyter. Ze hoopte zo de Nederlanders te verleiden om hun te steunen in hun imperialistische oorlog tegen de Sovjet-Unie. Dat lukte, want 20.000 kozen de kant van de bezetter en vochten mee met het ’’Vrijwilligers Legioen Nederland’’!

In de 21ste eeuw probeerde Jan Peter Balkenende om de VOC mentaliteit weer te omarmen. Balkenende deed dit vermoedelijk uit de naïeve overtuiging dat het bij de VOC slechts om handel ging. Velen zijn dit ook wijs gemaakt, vooral wie in de 20ste eeuw opgroeide. ’’Nederland was slechts een handelsland’’ werd hun verteld op scholen. ’’Wij werden steeds aangevallen omdat we vrij wouden zijn’’ is de verklaring omtrent de oorlogen met Engeland. Dat is ook het centrale thema van de film ’’Michiel de Ruyter’’ uit 2015, waar 21ste eeuwse politiek gevoerd wordt in 17de eeuwse kostuums en achtergronden. Voor werkenden was de politiek van toen vooral iets van ver van huis. Hun denkwijze was beperkt door analfabetisme, angst voor het onbekende en bijgelovigheid.

Weg met de VOC mentaliteit

In de 21ste eeuw is verzet gekomen tegen de VOC mentaliteit van rechtse politici. Jongeren van niet-witte afkomst laten hun stem duidelijk horen. Die stem is anti-kolonialistisch en anti-imperialistisch. Ze pikken het niet meer, de verheerlijking van figuren die voor kolonialisme en imperialisme staan. Michiel de Ruyter wordt door hun ook wel Michiel de Rover genoemd, omdat hij in dienst van de Republiek ook op rooftocht gestuurd werd. Dat plaatje wordt niet graag aangehangen door Nederlandse nationalisten. Die willen de Ruyter enkel zien als heldhaftige zeeheld. Maar dat haalt niet weg dat hij ook roofde en alleen christelijke witte slaven bevrijd heeft. Het klopt dat Michiel de Ruyter tegen de slavernij was, maar alleen als de slaven behoorde tot het christelijke geloof en een witte huidskleur hadden.

Grote voorstanders van de VOC mentaliteit vindt je tegenwoordig in het CDA, SGP, CU, VVD, PVV, JA21 en ook ’’Forum voor Dictatuur’’. Thierry Baudet is helemaal verzot op de ’’Gouden Eeuw’’ en verheerlijkt deze periode. Wie wijst op de wreedheid en onderdrukking wordt ’’cultureel ziek’’ genoemd door Baudet. Dat is hoe extreemrechts als een giftige slag reageert op iedereen die het waagt om de ’’Gouden Eeuw’’ te bekritiseren. VOC aanhangers klagen dat ze ’’niets meer mogen zeggen’’ over hun geliefde Compagnie. Eigenlijk komt het erop neer dat ze niet met kritiek om kunnen gaan. Al 325 jaar is de periode 1600-1700 verheerlijkt. Door de stadhouders van Oranje vanaf 1672 en door het Koninklijk Huis van Oranje sinds 1815. Het zijn de Oranje partijen in de vorm van liberalen, conservatieven en nationalisten, die de ’’Gouden Eeuw’’ als pronkstuk verheven hebben. Werkenden en baanlozen in 2025 hebben daar niets aan!

Het moderne Nederlandse bedrijfsleven ziet wel een propagandawaarde in de ’’Gouden Eeuw’’. De realiteit is ook dat het westerse imperialisme in neergang is, net zoals de VOC in de laat 18de eeuw. Westerse landen zijn niet meer het centrum van de wereld. Er zijn nieuwe grootmachten die concurreren met het westerse imperialisme en niet vies zijn om ook wrede methodes te hanteren. Eerlijkheid, respect en mensenrechten waren geen onderdeel van de ’’Gouden Eeuw’’ en al helemaal niet van het huidige kapitalisme. Uiteindelijk is de Verenigde Oost-Indische Compagnie ten ondergegaan aan zelfverrijking, corruptie, machtsmisbruik en de laatste grote oorlog met Engeland.

In 1796 maakte de Bataafse Republiek een einde aan de Compagnie. Alle bewindhebbers werden ontslagen. In de volksmond kreeg het failliete bedrijf als laatst nog spottend de naam: ’’Vergaan Onder Corruptie’’.

 

Scroll To Top