Nieuws
Home » Internationaal » Midden-Oosten en Noord-Afrika » Libanon: Opstand van de hongerigen gaat ook tijdens Covid-19 crisis door

Libanon: Opstand van de hongerigen gaat ook tijdens Covid-19 crisis door

De lockdowns in een groot deel van de wereld maakten een einde aan de golf van massale straatprotesten in landen als Irak, Algerije, Chili, Frankrijk en Hongkong in 2019. Libanon lijkt het eerste land te zijn waar het protest opnieuw op straat komt.

Door Christian (Leuven) Linkse Socialistische Partij in België.

De lockdown van Libanon midden maart maakte een einde aan de golf van protest sinds 17 oktober 2019. Dat protest was aanvankelijk gericht tegen een reeks nieuwe belastingen die onderdeel waren van een ongekend besparingsprogramma. Maar het groeide al snel uit tot een veel algemener protest tegen de gevolgen van jaren van neoliberaal beleid. Op het hoogtepunt betoogden bijna twee miljoen mensen, zowat een derde van de bevolking. Het massaprotest oversteeg sektarische verdeeldheid.

Naarmate het protest vorderde, werden de eisen van de betogers radicaler. Zo werd het aftreden van de regering geëist en het einde van het sektarisch politieke stelsel in het land. De premier moest aftreden, de sociale eisen omvatten een progressief belastingsysteem, sociale zekerheid en massale investeringen in de water- en elektriciteitsnetwerken. Jongeren, waaronder veel vrouwen, speelden een cruciale rol in het behoud van de dynamiek van de protesten. De beweging werd echter ondermijnd door het gebrek aan democratische structuren en leiderschap, mede veroorzaakt door de afwezigheid van onafhankelijke arbeidersorganisaties.

De economische context

Libanon is sterk afhankelijk van import. Tachtig procent van het voedselaanbod en bijna negentig procent van de consumptiegoederen worden in het buitenland gekocht. Het economische model van het land is eerder gebaseerd op consumptie dan op productie. In 2017 was de dienstensector goed voor 4/5 van het BBP. Het geld dat Libanezen die in het buitenland werken naar huis opsturen, is van cruciaal belang voor de economie en is goed voor 12,7% van het BBP, het achttiende hoogste cijfer ter wereld. Aangezien de meeste geldovermakingen van migranten afkomstig zijn uit de Golfstaten, zijn ze sterk afhankelijk van oliedollars. De dalende olieprijzen leidde al eerder tot een stagnatie, de recente ineenstorting van de olieprijzen zal deze bron van inkomsten in Libanon verder doen opdrogen.

Naast het bijzonder corrupte en sektarisch politieke systeem van Libanon hebben geopolitieke factoren, zoals de acht jaar durende burgeroorlog in buurland Syrië, een breuk met Saoedi-Arabië in 2017 en de Amerikaanse sancties tegen Iran, de ondergang van de economie van het land nog verergert. De afgelopen tien jaar kende Libanon een gemiddeld groeipercentage van slechts 0,3%. Dit laatste cijfer moet natuurlijk worden gezien in de context van de trage wereldwijde groei sinds de crisis van 2008-2009.

Economische crisis verscherpt

Al in november 2019 voorspelde de Wereldbank dat het aantal mensen dat in armoede leeft zou stijgen van 30 tot 50% in 2020. In het begin van het jaar bedroeg de werkloosheid volgens de president van Libanon 46%. In totaal verdienden twee derden van de werkenden een laag loon. Dit was voordat de lockdown de situatie nog verder verergerde.

Libanon heeft het hoogste percentage vluchtelingen per hoofd van de bevolking ter wereld, waarbij alleen al de Syrische vluchtelingen een kwart van de 5,9 miljoen inwoners van het land uitmaken. Een ongelooflijke 97% van de vluchtelingen werkt in de informele sector, die goed is voor 55% van de Libanese economie. Dit brengt hen in het grootste gevaar voor het virus en de honger.

Ondanks de beperkingen op het opnemen van geld, viel het totale bedrag op alle bankrekeningen in het land in de eerste twee maanden van dit jaar met 5,7 miljard dollar terug, aldus de premier. Veel van dit geld zal waarschijnlijk het land hebben verlaten. Een veel kleiner deel is door mensen thuis verstopt. Hoewel de regering in maart verdere dollaropnames en overschrijvingen naar het buitenland heeft geblokkeerd, klaagt de premier dat de kapitaalvlucht nog steeds doorgaat. Kleine spaarders hebben praktisch geen toegang meer tot het geld dat ze in dollars hadden, terwijl Lira bedragen verdampen door de inflatie. De rijken zijn ondertussen nog steeds in staat om hun fortuin naar het buitenland over te maken. Het zijn deze kapitaalcontroles en het gevoel van onrechtvaardigheid dat inherent is aan de situatie die de boosheid op de banken heeft aangewakkerd.

Met een nationale schuldenberg, die momenteel 170% van het BBP bedraagt – een van de hoogste ter wereld, is de Libanese regering op 9 maart in gebreke gebleven op een euro-obligatie van 1,2 miljard dollar. Dit was de allereerste ‘soevereine wanbetaling’ van Libanon. Momenteel voorspelt het IMF dat de economie in 2020 met 12% zal krimpen, na een krimp van 6,5% in 2019. De pandemie en de daarmee gepaard gaande lockdown hebben de al zeer hachelijke situatie alleen maar verergerd.

De afgelopen maanden heeft de Lira in feite twee derden van zijn waarde verloren. Officieel is hij gekoppeld aan de Amerikaanse dollar tegen een koers van 1.507 tegen één. Op de parallelle valutamarkt wordt de munt nu echter verhandeld tegen een koers van 4.300 tegen één. Dit heeft geleid tot een prijsexplosie in een tijd waarin grote delen van de bevolking, in het bijzonder mensen in de informele of seizoensgebonden sectoren,  van een inkomen zijn beroofd als gevolg van de lockdown.

De lockdown

De regering heeft op 15 maart een landelijke lockdown afgekondigd. Veiligheidstroepen werden in de straten gestuurd om te patrouilleren en er werd een avondklok ingesteld.

Het was verboden om in groepen te verzamelen en niet-essentiële commerciële bedrijven werden gesloten. De belofte van de regering om de armste gezinnen te helpen werd niet nagekomen. Er werden ook geen maatregelen genomen om de huurders te beschermen tegen uitzetting. De enige maatregel die de regering nam, was het verlengen van de vervaldatum voor belastingen en energierekeningen. Het werd aan vrijwilligers overgelaten om met behulp van donaties hulp te verlenen.

Hoewel de officiële tol van Covid-19 relatief laag blijft, met 845 besmette personen en 26 doden op 10 mei, zal de werkelijke verspreiding van het virus waarschijnlijk aanzienlijk hoger zijn door een schaarste aan tests, vooral onder vluchtelingen.

Tekenen van wanhoop doken al vroeg in de lockdown op. Eind maart ging een bericht op sociale media viraal: het was een beeld van een werkloze bouwvakker die aanbood zijn nier te verkopen om te voorkomen dat zijn familie op straat zou belanden. Er zijn ook verschillende pogingen tot zelfverbranding gemeld. In de laatste week van april schatte de regering dat 75% van de bevolking hulp nodig had, waaronder voedselhulp. Onder de vluchtelingen wordt het cijfer geschat op maar liefst 90%. Hoewel de lockdown is versoepeld en sommige winkels op 23 april opnieuw openden, is het bevel om thuis te blijven verlengd tot 10 mei.

Terugkeer van het protest

De eerste heropleving van het protest was er op 21 april. Toen trokken betogers in grote autokonvooien door het land, waarbij de auto’s getooid waren met een Libanese vlag. Een dergelijk protest in Beiroet was gericht op een bijeenkomst van parlementsleden. Deze acties hadden de neiging vrij groot te zijn met af en toe de deelname van hele families, inclusief kinderen. Soms waren deze protesten feestelijk van aard, met inbegrip van zelfgemaakte borden en de nationale vlag.

Deze protesten, die de regels voor sociale afstand respecteerden, waren tamelijk braaf in vergelijking met de protesten die in Tripoli, de op één na grootste stad van Libanon, uitbarstten in de nacht van zondag 26 april. Dit was het eerste protest dat de avondklok echt aanvocht. Voorlopig gaat het om relatief kleine acties, met honderden deelnemers in plaats van duizenden. Dit is begrijpelijk te midden van een pandemie en een lockdown. De mensen die op straat leven zijn degenen die wanhopig en/of geradicaliseerd genoeg zijn om het risico van infectie en staatsrepressie te lopen. De deelnemers waren vooral jonge mannen en vrouwen die met behulp van stenen en molotovcocktails de confrontatie met de veiligheidstroepen aangingen. Deze laatste maakten gebruik van traangas en rubberen kogels en in sommige gevallen ook van scherpe munitie. Een 26-jarige man is gedood. In sommige gevallen werd de steun van bredere lagen van de bevolking voor de jonge betogers geuit door vanuit de huizen met potten en pannen lawaai te maken.

Honger is een terugkerend thema onder de betogers. Toch blijven ze ook het aftreden van de regering eisen. Naast het corrupte en sektarisch politieke systeem worden de banken gezien als verantwoordelijk voor de crisis. Het veelgelezen dagblad “L’Orient le Jour” citeerde een betoger: “Ons protest is niet sektarisch, het is een klassenstrijd tegen het feit dat het Libanese volk verpletterd wordt door de armoede. Het is gericht tegen het banksysteem dat verantwoordelijk is voor de verslechtering van de economische situatie.” Toen de betogingen zich op de tweede opeenvolgende protestnacht verspreidden naar andere steden werden vijftien Libanese banken het doelwit van brandstichting en vandalisme.

Te midden van dit alles hebben de premier Hassan Diab en het hoofd van de Centrale Bank, die de functie sinds 1993 bekleedt, beschuldigingen geuit over wie verantwoordelijk is voor de economische crisis. In de ogen van brede lagen van de bevolking zijn het ongetwijfeld zowel de regering als de banken die alle geloofwaardigheid hebben verloren. De legerleiding geeft ondertussen “infiltranten” de schuld van het geweld.

Na vier dagen van gewelddadige confrontaties tussen betogers en veiligheidstroepen werd de regering gedwongen een economisch reddingsplan aan te nemen. De regering hoopt een lening van 10 miljard dollar te krijgen van het IMF, naast de vrijmaking van 11 miljard dollar die in 2018 is toegezegd. Dit zal echter niet gebeuren voordat er grote politieke en economische hervormingen en maatregelen tegen corruptie zijn doorgevoerd. Geschat wordt dat Libanon ten minste 80 miljard dollar nodig heeft om uit de benarde situatie te geraken. Dergelijke middelen zullen niet gemakkelijk te vinden zijn, vooral niet tijdens een diepe economische wereldcrisis.

De door het IMF geëiste hervormingen zullen de arbeidersklasse en de onderdrukten natuurlijk niet bevoordelen. Een voorbeeld hiervan is dat de reddingsplannen voorzien in een devaluatie van de Lira naar een koers van 3.500 dollar, wat de reële waarde ervan beter zal weerspiegelen, maar ook de recente prijsstijgingen zal consolideren. Juist deze prijsstijgingen zijn voor een groot deel van de bevolking een kwestie van leven en dood geworden. Het onvermogen van het politieke en economische systeem om de meest elementaire behoeften van de massa’s op korte termijn te verzekeren, is een recept voor de voortzetting en de groei van de protesten.

Een teken van wat komt?

Hoewel het Libanese protest specifiek is, onder meer omdat de economie van Libanon vorig jaar al een ernstige crisis heeft doorgemaakt, zijn de acties momenteel wellicht een voorbode van wat ook elders zal gebeuren. Voor het uitbreken van de pandemie werd er al een ernstige wereldwijde economische crisis verwacht. De ontwikkelingen in Libanon lopen wellicht slechts een beetje vooruit op de algemene trend en er zijn al honderden betogers op straat verschenen in het naburige Irak.

De pandemie en de maatregelen die zijn genomen om de pandemie in te dammen, leggen in Libanon, net als elders, alle bestaande tegenstrijdigheden bloot. De wereld is uit de crisis van 2008-2009 gekomen met een enorme toename van de schuldenlast. De schulden zullen met de huidige crisis nog verder oplopen. Ook de kwestie van de kapitaalvlucht, een belangrijk ingrediënt van het Libanese drama, wordt in de hele neokoloniale wereld scherp in de verf gezet. Tot nu toe is de kapitaalvlucht uit ‘opkomende economieën’ al vier keer zo groot als in de crisis van 2008-2009. Bovendien is de Libanese staat bij lange na niet de enige die mogelijk failliet zal gaan.

Terwijl de algemene wereldwijde tendens in de volgende periode er één is van deflatie, als gevolg van de daling van de vraag in onder meer sectoren als het toerisme en de dienstensector, kunnen in landen als Libanon, als gevolg van valutadevaluaties, inflatie en zelfs hyperinflatie de ontevredenheid dramatisch aanwakkeren.

Naast Libanon zullen de economieën van landen als Jordanië en Egypte waarschijnlijk ook te lijden hebben onder een daling van geld dat vanuit de Golfstaten wordt teruggestuurd. Het probleem gaat veel verder dan de beschikbaarheid van oliedollars. Aangezien migrerende werknemers doorgaans kwetsbaarder zijn voor het verlies van werkgelegenheid of lonen, zal een daling van dergelijke financiële steun een wereldwijd probleem zijn. De Wereldbank voorspelt een daling van 19,7% in de stortingen naar lage- en middeninkomenslanden in 2020, de scherpste daling in de recente geschiedenis.

Libanon is ook verre van uitzonderlijk als het gaat om de economische kwetsbaarheid van zijn bevolking voor lockdown maatregelen. De Internationale Arbeidsorganisatie meldde in 2018 dat twee miljard mensen, ongeveer 61% van de werkende bevolking wereldwijd, in de informele economie werken. Zelfs in de formele economie zijn jobs vaak onzeker en zijn werkloosheidsuitkeringen verre van gegarandeerd. Het deed de Verenigde Naties waarschuwen dat hongersnood van “Bijbelse proporties” ertoe kan leiden dat honderden miljoenen mensen binnenkort in opstand komen tegen het schrikbeeld van de honger.

Politieke taken

Het is dringend noodzakelijk om onafhankelijke organisaties van de arbeidersklasse op te bouwen, waaronder onafhankelijke, strijdbare vakbonden, zodat de arbeidersklasse de leidende rol in de beweging op zich kan nemen. Dit is van cruciaal belang om te voorkomen dat er opnieuw sektarisch verdeeldheid onder de massa’s ontstaat.

De arbeidersklasse heeft ook een eigen politieke organisatie nodig, met een revolutionaire socialistische visie. De rampzalige situatie in Libanon toont aan dat hervorming van het huidige systeem geen optie is. Er is zelfs geen ruimte meer voor beperkte sociale vooruitgang.

Werkende mensen en de onderdrukte massa’s moeten zich organiseren op hun werkplek en in hun buurt. Democratisch gekozen comités die op deze basis zijn gevormd, zijn nodig om ervoor te zorgen dat de basisbehoeften van de mensen, zoals voedsel en gezondheid, worden vervuld en om de prijzen te beheersen.

All middelen en het werk moeten daartoe worden georganiseerd.

De coördinatie van deze comités zou de basis kunnen vormen voor een revolutionaire grondwetgevende vergadering die het huidige sektarisch en corrupte politieke systeem moet vervangen en de banken, natuurlijke grondstoffen en productiemiddelen overneemt als onderdeel van een democratisch geleide planeconomie, een socialistische economie, zodat in de behoeften van de gewone mensen wordt voorzien.

Zowel de economische crisis als de pandemie zijn mondiaal, ze vragen om een internationaal antwoord. De arbeidersklasse en de onderdrukten in Libanon zouden ongetwijfeld een enorme solidariteit krijgen als ze daartoe een oproep doen aan hun broeders en zusters in het Midden-Oosten en de rest van de wereld. Dat is belangrijk: een oplossing van de economische problemen is niet mogelijk als enkel Libanon een geplande economie zou kennen. Het is dan ook van cruciaal belang dat er banden worden gesmeed met de arbeidersbeweging in de hele regio, zodat een socialistisch Libanon deel kan uitmaken van een bredere democratisch socialistische federatie van het Midden-Oosten.

Print Friendly, PDF & Email
Scroll To Top