Nieuws
Home » Artikelen » Amerika en China: Imperialistisch machtsspel

Amerika en China: Imperialistisch machtsspel

Er is geen bodem onder de Amerikaanse-Chinese relaties. We blijven nieuwe dieptepunten vinden,” zegt auteur en China-expert Richard McGregor.

Het conflict tussen de twee grootste imperialistische machten escaleert met duizelingwekkende snelheid. In juli gaf de VS opdracht tot de sluiting van het Chinese consulaat in Houston, onmiddellijk gevolgd door de sluiting van het Amerikaanse consulaat in Chengdu. Ongelooflijk genoeg verklaarde de Amerikaanse regering dat het consulaat van Houston een “spionagecentrum” was, alsof dat het eerste dergelijke geval in de wereldgeschiedenis zou zijn geweest. In Chengdu heeft een menigte van enkele duizenden mensen zich verzameld om te kijken naar de uitzetting van het Amerikaanse consulaire personeel. Beide regeringen hebben maatregelen aangekondigd om elkaars bedrijven op een zwarte lijst te zetten en journalisten te verdrijven, met de dreiging van ernstigere represailles.

Dossier door Vincent Kolo, chinaworker.info

In een toespraak over de Koude Oorlog zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo dat de wereld een keuze moet maken “tussen vrijheid en tirannie” en riep hij de zogenaamde democratieën van de wereld op om niet “door de knieën te gaan” voor de Chinese Communistische Partij (CCP). Vanuit China is de toon nog scherper, waarbij de relatief terughoudende reacties van vorig jaar plaats hebben gemaakt voor ‘Wolf Warrior’-diplomatie (vernoemd naar een populaire Chinese oorlogsfilm). China heeft Pompeo beschreven als een “vijand van de mensheid”, een opvatting waar veel Amerikanen het waarschijnlijk mee eens zouden zijn. Minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi klaagde tegen zijn Russische tegenhanger dat de VS “zijn verstand, moraal en geloofwaardigheid heeft verloren.”

In een dossier van een jaar geleden betoogden we dat Trump’s handelsoorlog met China geen ‘eenmalig geschil’ was en dat we eerder aan het begin stonden van ‘een langdurige en steeds ranzigere strijd met potentieel ernstige wereldwijde gevolgen op economisch, politiek en zelfs militair vlak’. Sindsdien is het conflict dramatisch geëscaleerd. Covid-19 heeft gehandeld als de grote versneller. Zelfs de beurzen beginnen te beseffen dat het ontwikkelen van een nieuwe Koude Oorlog een realiteit is.

Covid-19 versnelt conflict

De pandemie heeft geleid tot een volledige afbraak van de reeds gespannen relaties tussen de VS en China. Het Chinese regime vreest terecht dat de VS de pandemie uitbuit om de wereldwijde opinie tegen China te mobiliseren. Soms leken de verbale aanvallen van de Amerikaanse regering regelrecht uit de riolen te komen: zo werd herhaaldelijk verwezen naar het ‘Wuhan-virus’ en werd het racistische ‘Kung Flu’ gebruikt. De vraag naar economische compensatie van China voor de pandemie – een vorm van ‘oorlogsherstel’ – kreeg een brede weerklank, bijvoorbeeld onder regeringen van de Afrikaanse landen die wanhopig op zoek zijn naar kwijtschelding van schulden (China is de grootste schuldeiser van Afrika en is goed voor een vijfde van de staatsschuld van het continent).

Het repressieve bewind van Xi Jinping draagt een grote verantwoordelijkheid voor de verspreiding van het virus in de beginfase. Volgens een studie van Dr. Shengjie Lai van de Universiteit van Southampton hadden infecties in Wuhan en omgeving met 95% kunnen worden beperkt als Peking drie weken eerder had gehandeld om de maatregelen op te leggen die uiteindelijk op 23 januari werden aangekondigd. Het regime deed dit niet en zette de meedogenloze censuurmachine in waarbij klokkenluiders het zwijgen werd opgelegd. Deze criminele fouten werden echter aangevuld met de onthutsende nalatigheid en onwetendheid van de regering-Trump. De president tweette maar liefst 15 keer over zijn volledige vertrouwen in de reactie van het Chinese regime op de pandemie. Zo tweette hij op 24 januari nog: “Namens het Amerikaanse volk wil ik president Xi bedanken.”

De latere stap van Trump om de VS uit de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) te halen op de beschuldiging dat de WHO een “marionet van China” is, was een schaamteloze vorm van proxy-oorlogsvoering. De WHO, een tak van de Verenigde Naties, is een bureaucratische en vooral politieke instantie, in plaats van een medische. Toch kan de campagne van Trump om de WHO te saboteren, bij gebrek aan een echt mondiaal gezondheidsagentschap onder democratische controle en beheer, leiden tot een ernstige verstoring van de strijd tegen het virus in arme landen die, onder het juk van het imperialisme, zelfs de basisinfrastructuur voor de gezondheidszorg ontberen.

De geopolitieke strijd tussen het Amerikaanse en het Chinese imperialisme is een strijd om de wereldwijde hegemonie. Het belangrijkste kenmerk van dit conflict is eerder economische dan militaire oorlogsvoering. Dit impliceert het toenemende gebruik van het staatskapitalistische en nationalistische economische beleid (vooral door China) en de inzet van handel, financiën en technologie (vooral door de VS).

Militaire conflicten, vooral in de vorm van marionettenoorlogen waarbij derden betrokken zijn, vormen in deze situatie een verhoogd gevaar. De eerste dodelijke confrontaties in 60 jaar tussen China en India, het tweede en derde grootste leger ter wereld, zijn daar een voorbeeld van. De Amerikaanse regering heeft Modi in India aangespoord om de noordelijke grens te versterken, waarbij militaire steun beloofd werd en de kandidatuur voor permanent lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad werd ondersteund. De militaire export van de VS naar India is gestegen van nul in 2008 tot meer dan 20 miljard dollar in 2020.

In de Zuid-Chinese Zee hebben zowel de VS als China hun marine-aanwezigheid aanzienlijk opgevoerd naarmate de strijd tussen hen en zes kleinere landen escaleert, met concurrerende aanspraken op enkele van de eilandgroepen in deze strategische waterweg. In juli hebben de VS de inzet aanzienlijk verhoogd met een nieuw beleid dat alle territoriale claims van China “illegaal” verklaart (de VS veinsde eerder “neutraliteit” ten opzichte van alle concurrerende claims). De plotselinge bocht van de Filipijnse regering in juni, toen het schrappen van een belangrijk militair verdrag met de VS werd opgeschort als gevolg van ‘politieke en andere ontwikkelingen in de regio’, betekent een belangrijke overwinning voor de VS en een nieuwe tegenslag voor China’s regionale diplomatie.

Deze huidige concurrentiestrijd is geen herhaling van de vorige Koude Oorlog, van 1945-89, die werd uitgevochten tussen twee verschillende sociaaleconomische systemen. China is vandaag net als de VS een kapitalistische economie. De voormalige maoïstisch-stalinistische dictatuur is omgevormd tot een ultra-repressieve, nationalistische en racistische (Han-supremacistische) politiestaat. China speelt een veel grotere rol in de wereldeconomie dan de stalinistische Sovjet-Unie ooit heeft gedaan. Op zijn hoogtepunt was de buitenlandse handel van de Sovjet-Unie goed voor 4% van zijn BBP, waarvan het grootste deel met andere ‘socialistische’ landen.

Ter vergelijking: de buitenlandse handel van China is goed voor 36% van het BBP. Van even groot of groter belang is de wereldwijde financiële voetafdruk van China. Het land heeft de op twee na grootste obligatie- en effectenmarkt ter wereld en de op één na grootste voorraad buitenlandse directe investeringen (1,8 biljoen dollar aan het eind van 2017). Dit maakt het conflict vandaag complexer en potentieel veel schadelijker in economische termen.

Volgens Wang Jisi, voorzitter van het Instituut voor Internationale en Strategische Studies aan de Universiteit van Peking, “kunnen de banden tussen China en de VS vandaag nog erger zijn dan de relatie tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, want toen was de relatie tenminste ‘koud’. Die twee supermachten stonden politiek, economisch en sociaal los van elkaar, ze konden elkaars binnenlandse zaken niet echt beïnvloeden.”

Twee supermachten in crisis

De regeringen van beide grootmachten bevinden zich in een diepe crisis, wat de huidige volatiliteit nog vergroot. Daarom is de kans groter dat de nieuwe Koude Oorlog en de wereldwijde crisis beide regimes zullen verzwakken en destabiliseren dan dat ze een duidelijke winnaar zullen opleveren, zoals we hebben voorspeld. Voor Trump kan dit leiden tot een van de ergste verkiezingsnederlagen ooit voor een zittende president. Het rampzalige wanbeleid van zijn regering ten aanzien van de Covid-19 pandemie heeft ook een harde klap toegebracht aan de wereldwijde status en autoriteit van het Amerikaanse imperialisme. Kapitalistische commentatoren betreuren een ‘vacuüm’ inzake wereldwijde leiderschap en dit in tegenstelling tot de aanpak van de crisis van 2008-09.

Dit is natuurlijk een factor geweest in de politieke berekeningen van het regime van Xi Jinping. Het regime wil profiteren van de wanorde in de VS om de anti-Chinese agenda te vertroebelen. Maar door sterk te vertrouwen op het nationalisme, het militarisme en de dreiging van economische dwang is het buitenlands beleid van Peking grotendeels contraproductief geweest, zozeer zelfs dat dit het Amerikaanse imperialisme in staat heeft gesteld om zijn ‘Trump-probleem’ deels te overstijgen en andere landen dichter naar zich toe te trekken.

Dit is het geval met de demonstratieve militaire inzet van Xi: van invallen in het Taiwanese luchtruim tot territoriale aanspraken aan de Indiase grens en de Zuid-Chinese Zee. In Hongkong nam Xi zijn toevlucht tot het juridische equivalent van een raketaanval, waarbij de autonomie van het grondgebied werd ontnomen met een draconische en verregaande nationale veiligheidswet. “Het doel is om Hongkong vanaf nu door angst te regeren,” aldus Joshua Rosenzweig van Amnesty International.

Tal van andere conflicten zijn de afgelopen maanden opgelaaid en hebben Peking in botsing gebracht met Japan, Australië, Canada, Groot-Brittannië, Indonesië en Vietnam. Natuurlijk heeft de Amerikaanse regering een handje geholpen bij al deze conflicten. Het lijkt onbegrijpelijk dat de reactie van China zo agressief is, alsof het opzettelijk is bedoeld om te provoceren, en daarom alleen maar heeft gediend om zijn bredere internationale belangen te ondermijnen, tenzij we begrijpen wat er van binnenuit gebeurt.

Machtsstrijd in China

Voor Xi’s regime, dat worstelt met een crisis die aantoonbaar nog ernstiger is dan die van de Amerikaanse heersende klasse, is de strijd om de controle over de Chinese samenleving te behouden altijd primair.

In de eerste helft van 2020 is het inkomen per hoofd van de bevolking in China met 1,3% gedaald. In stedelijke gebieden is de daling verrassend genoeg zelfs nog scherper, namelijk 2%. Zoiets is in China al 40 jaar lang niet meer gebeurd. Onofficiële schattingen plaatsen het reële werkloosheidscijfer op 20%, in een maatschappij waar minder dan 10% van de beroepsbevolking een werkloosheidsverzekering heeft. Interimbureau Zhaopin meldde dat als gevolg van de pandemie één op de drie bedienden is ontslagen en dat 38% van de werknemers onder de 30 jaar gedwongen is om loonsverlagingen te slikken. De berichten over een Chinees ‘V-vormig herstel’ moeten dus met een flinke korrel zout worden genomen.

Het buitenlands beleid van Peking dient natuurlijk de wereldwijde belangen van China, maar hier is sprake van een groeiende tegenstrijdigheid. De druk op het regime van Xi om zijn binnenlandse positie te verstevigen primeert. In eigen land wordt Xi geconfronteerd met ernstige uitdagingen en heeft het land een reeks harde, militaristische en nationalistische stappen gezet in het buitenlands beleid, die in de eerste plaats bedoeld zijn voor binnenlands gebruik. Het doel is om zijn imago als “sterke” en “compromisloze” leider te versterken.

Analist Jayadeva Ranade, een voormalig ambtenaar bij de Indische regering, stelde: “Ik twijfel er niet aan dat deze hardere lijn [inzake buitenlands beleid] tot stand is gekomen vanwege de perceptie in eigen land dat de twee honderdjarige doelen zoals ze het noemen, de China-droom en het inhalen, zo niet overtreffen van de VS in 2049, uit de greep van de leiding raken. De aanhoudende protesten in Hongkong gedurende iets meer dan een jaar waren een factor, de manier waarop Taiwan zijn kritische opmerkingen over China maakte was de tweede factor. Dus ik denk dat deze perceptie onder de Chinese bevolking, dat het leiderschap niet meer zo effectief was, dat het geen stevige grip meer had op de situatie, een echte sleutelfactor is waarom Xi Jinping voor een veel hardere lijn heeft gekozen.”

Een hernieuwde machtsstrijd binnen het regime wordt deels gevoed door de groeiende vrees van delen van de Chinese elite dat Xi’s ‘Wolf Warrior’-doctrine roekeloos is en eigenlijk een stimulans is voor de Amerikaanse inspanningen om China te isoleren. De anti-Xi groepen zien liever een grotere nadruk op het “herstellen van de economie” en een verlaging van het militaire profiel van China.

In april stelde het Chinese ministerie van staatsveiligheid een geheim rapport op, waarin volgens lekken werd uitgelegd dat het anti-Chinese sentiment internationaal op het hoogste niveau staat sinds 1989, na het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede. Dit rapport werd door een insider gelekt naar Reuters, op zich een teken van feitelijke onenigheid. Onder andere werd gewaarschuwd dat China zich moet voorbereiden op gewapende confrontaties met de VS als worst-case scenario.

Ook in april richtte Xi een andere commissie op hoog niveau op, dit keer om toezicht te houden op de ‘politieke stabiliteit’. Het is duidelijk dat er een gevoel van existentiële crisis aan de top is, waarbij Xi zelf zijn opties afweegt in de machtsstrijd. De missie van het nieuwe comité, onder leiding van een rechterhand van Xi, Politbureaulid Guo Shengkun, is het identificeren van bedreigingen en het beschermen van “de veiligheid van het politieke systeem.”

In mei heeft de spreekbuis van het leger een rapport geschreven waarin wordt gewaarschuwd dat de sociaaleconomische druk in China een “hoog explosiegevaar” bereikt. Het waarschuwde dat (niet nader genoemde) buitenlandse mogendheden de economische crisis zouden kunnen uitbuiten om een recessie in China te veroorzaken en zo sociale onrust te veroorzaken.

Coup in Hong Kong

Het inherente conflict tussen Xi’s steeds hardere beleid en een meer pragmatische strategie om de Amerikaanse agenda voor de Koude Oorlog af te zwakken, blijkt uit zijn politieke staatsgreep in Hongkong. Dit verhoogde de inzet van het conflict tussen de VS en China en opende een potentiële doos van Pandora met politieke en economische vertakkingen. Een van de gevolgen is de mogelijke vernietiging van de positie van Hongkong als mondiaal financieel centrum, vooral als de financiële ontkoppeling volgt op de ontkoppeling van de toeleveringsketen die al aan de gang is. Dit zou ertoe kunnen leiden dat Amerikaanse en andere westerse banken en bedrijven zich uit Hongkong terugtrekken en vervangen worden door financiële instellingen op het Chinese vasteland, waardoor de financiële en aandelenmarkten van Hongkong volledig ‘op het vasteland’ komen te liggen. In dit geval zou de heersende Chinese elite een cruciaal kanaal om toegang te krijgen tot buitenlands kapitaal verliezen.

Een proces waarbij economieën en financiële markten onder dwang worden gescheiden, zou uiterst ontwrichtend en chaotisch zijn. Dit brengt het risico met zich mee van een bredere systeemcrisis. Daarom heeft de Amerikaanse regering zich, ondanks de oproepen van de harde stemmen in het Congres, onthouden van een aanval op de Hongkongse dollar. Die munt is sinds 1983 gekoppeld aan de Amerikaanse dollar. Theoretisch gezien heeft de VS de macht om de toegang van Hongkong tot dollars af te sluiten, waardoor de koppeling aan de Amerikaanse dollar onwerkbaar wordt. Maar dat zou een wereldwijde financiële en valutacrisis kunnen veroorzaken.

In toenemende mate werken zowel Washington als Peking aan nieuwe diplomatieke en economische blokken om de andere te in te sluiten: een “D10” (van tien ‘democratische’ kapitalistische staten: Zuid-Korea, Australië en India plus de G7-landen) is door de Trump-administratie geopperd. China’s premier Li Keqiang zegt dat het misschien goed is om zich aan te sluiten bij de CPTPP (Comprehensive and Progressive Agreement for Trans-Pacific Partnership), de overblijfselen van de door de VS ontworpen TPP, die door Trump meteen bij zijn aantreding is afgeschreven. China’s belangrijkste buitenlandse beleidsspoor om de door de VS geleide inperking te omzeilen, blijft het Belt and Road Initiative (BRI), dat door 130 regeringen is ondertekend. Dit gigantische project zit echter ook in grote problemen.

Al deze diplomatieke manoeuvres versterken de schijnbaar onstuitbare druk van beide regeringen om zich van elkaar te ‘ontkoppelen’. Het is een uitdrukking van de ‘geo-economie’ die de neoliberale globalisering verdringt als de belangrijkste trend binnen de wereldeconomie. In de loop van dit jaar zijn de posities al enorm verhard. Voor belangrijke delen van de heersende klasse in de VS is de ontkoppeling met China geëvolueerd naar een “harde ontkoppeling.” Aan Chinese zijde is er een gelijkaardige verschuiving. Ook nieuw dit jaar is het groeiende aantal regeringen in Europa en de Aziatisch-Pacifische regio die het ontkoppelingsethos omarmen. “Een bipolaire wereld begint vorm te krijgen,” merkt James Kynge op in de Financial Times. Hij voegt eraan toe dat “het westen in hoog tempo een grote muur van verzet opwerpt” tegen de wereldwijde ambities van China.

Huawei ontkoppeld

Een duidelijk voorbeeld is Huawei, de Chinese technologiereus wiens wereldwijd toonaangevende 5G-technologie het doelwit is geworden van een ongekende Amerikaanse campagne. Terwijl deze campagne vorig jaar in de problemen leek te zitten, ondermijnd door het vermogen van Trump om zelfs de meest pro-Amerikaanse regimes te vervreemden, heeft het een nieuwe dynamiek gekregen in de schaduw van Covid-10 en het meer urgente streven van het Westerse kapitalisme naar een gemeenschappelijk front tegen het Chinese kapitalisme. “Het getij heeft zich tegen Huawei gekeerd in de internationale 5G-markten,” merkte de South China Morning Post op. De krant noemde de 5G-bocht van de Britse regering in juli een beslissende slag voor China en Huawei. De Franse regering volgde snel daarna, waarbij een eerder besluit om met Huawei in zee te gaan werd herroepen. Naast Huawei heeft het Amerikaanse ministerie van Handel meer dan 70 Chinese technologiebedrijven op de zwarte lijst gezet.

Het besluit van Groot-Brittannië om Huawei uit te sluiten kon 2,5 miljard dollar kosten en de uitrol van 5G in het land met twee jaar vertragen. Maar de rechtse en populistische politici zijn meer en meer immuun voor argumenten over kosten en concurrentievermogen. Ze zien dat een anti-China retoriek  schijnbaar populair is onder de kiezers, zeker tijdens de pandemie. In een opiniepeiling in juli in Groot-Brittannië zei 83% van de ondervraagden China te wantrouwen. Uit een peiling in de VS in juli bleek dat 73% een “ongunstige mening” heeft over China, een stijging van 26 procentpunten sinds 2018.

Het lijkt nu vrij zeker dat Huawei’s 5G-apparatuur uit de meeste Europese en Noord-Amerikaanse markten zal worden geweerd, evenals uit Japan, Australië en waarschijnlijk India. Zelfs in Zuidoost-Azië, dat vroeger als een veilige markt voor Huawei werd beschouwd, wordt de positie van het bedrijf bedreigd. Singapore en Vietnam hebben Huawei al uitgesloten ten gunste van Europese concurrenten. De ontkoppeling tussen de VS en China, en het bredere proces van de-globalisering (verschuiving naar economisch nationalisme), zit vol met problemen en enorme kosten, zoals de Britse Huawei-bocht laat zien. Maar desondanks is de richting duidelijk.

Staatsinterventies

Een ander kenmerk van dit proces is dat de grote kapitalistische regeringen sinds het begin van de Covid-19-crisis steeds vaker een beroep doen op staatsinterventie, wat wijst in de richting van staatskapitalisme. Dergelijke maatregelen zijn niet mogelijk zonder een staat, het gaat per definitie om nationaal beleid dat gebonden is aan en ingeperkt wordt door de grenzen van de natiestaat. Een dergelijk beleid houdt onvermijdelijk een afkeer in van de wereldwijde kapitalistische markt. Dit is op zijn beurt in strijd met een van de drijvende krachten achter de kapitalistische economische ontwikkeling: de verhoging van de productiviteit op basis van de wereldwijde arbeidsverdeling.

Dit is een tegenstrijdigheid waarbij de politieke behoeften van de kapitalistische klasse in een bepaalde periode in conflict kunnen komen met de economische winstbehoeften van hun systeem. Trotski verklaarde deze tegenstrijdigheid tijdens de Grote Depressie van de jaren dertig, ook een periode van terugtrekking in het staatskapitalistische beleid: “Het staatskapitalisme streeft ernaar het economisch leven te scheiden van de wereldarbeidsverdeling, de productiekrachten op het Procrustesbed van de nationale staat te leggen, de productie in enkele bedrijfstakken kunstmatig te reglementeren en even kunstmatig andere takken met grote onkosten in het leven te roepen.” (Trotski, “De 4de Internationale en de USSR”, 1933).

In de jaren 1930 kwam dit proces het duidelijkst tot uiting in de fascistische regimes, met name in het Duitsland van Hitler. Hoewel de economische depressie van vandaag misschien zelfs de diepte van de voorloper van de jaren 1930 overstijgt, is de verschuiving naar het staatskapitalistische beleid nog niet op een vergelijkbare schaal. Maar we staan aan het begin van een internationale koerswijziging, die het duidelijkst tot uiting komt in het economisch beleid van de twee grote imperialistische mogendheden. Hoe ver dit proces gaat, valt nog te bezien, maar de gevolgen ervan zijn al aanzienlijk en onmiskenbaar.

In zijn geschriften over economisch nationalisme in de jaren 1930 legde Trotski ook uit dat de opkomst van het nationalistische en staatskapitalistische beleid onvermijdelijk een nieuwe en gewelddadige “sprong” van het imperialisme zou voorbereiden, een perspectief dat door de Tweede Wereldoorlog werd bevestigd. Het huidige imperialistische conflict en het mondiale krachtenevenwicht zijn vandaag en de huidige fase van de kapitalistische deglobalisering kan langer duren.

In China is door de dictatuur van Xi Jinping, die onder zowel interne als externe druk staat, een economische “binnenwaartse verschuiving” aangekondigd. Xi heeft Mao’s slogan van Zili Gengsheng, of ‘zelfredzaamheid’, nieuw leven ingeblazen en benadrukt de noodzaak om China’s ontwikkeling van de volgende generatie technologieën te versnellen, met inbegrip van de microchips die de technologische industrie voeden, en ook om de creatie van een digitale yuan te versnellen als een van de manieren om de facto de Amerikaanse controle over het wereldwijde financiële systeem te omzeilen.

Het wapen van de dollar

De rol van de Amerikaanse dollar binnen het wereldwijde financiële systeem is, paradoxaal genoeg, sinds de wereldwijde crisis van 2008 versterkt, ondanks de oorsprong van die crisis op Wall Street. Dit geeft het Amerikaanse imperialisme een krachtig wapen, dat het steeds vaker gebruikt om geopolitieke rivalen te straffen met financiële sancties. China heeft zich nu aangesloten bij Rusland, Iran en Noord-Korea als doelwit van de Amerikaanse sancties, hoewel de Trump-regering in het geval van China heen en weer ging in de uitvoering van de sancties.

Peking had gedurende meer dan een decennium een programma van “yuan internationalisering” als  strategie om het Amerikaanse monopolie te breken, maar dit heeft tot nu toe slechts magere resultaten opgeleverd. Vorig jaar bedroeg het aandeel van de yuan in internationale valutatransacties slechts 4,3%, vergeleken met 88% voor de Amerikaanse dollar, volgens de Bank voor Internationale Betalingen. Meer dan 61% van alle buitenlandse bankreserves worden uitgedrukt in Amerikaanse dollars.

De beperkte rol van de yuan is te wijten aan het kapitaal- en wisselkoersbeleid van China, waar het niet van af kan zonder het risico te lopen op een massale kapitaalvlucht en een bankcrash. Het wereldwijde financiële systeem wordt gedreven door parasitaire speculatie. De vraag naar dollars, die vrij inwisselbaar zijn, is gegroeid naarmate de economie meer parasitair is geworden. De inspanningen van China om meer landen en financiële instellingen te verleiden tot het verhogen van hun yuan-belangen (die niet vrij verhandelbaar zijn) zijn daarom op onvruchtbare grond gevallen.

De leidende positie van de dollar kan, net als andere pijlers van de huidige kapitalistische wereldeconomie, ten val worden gebracht door de gevolgen van de nieuwe crisis. De ongekende schuld-gefinancierde bailout-programma’s van de Amerikaanse regering om het kapitalisme te redden (tot nu toe meer dan 6 biljoen dollar dit jaar) kunnen uiteindelijk leiden tot een afrekening met de Amerikaanse munt als ankerpunt voor het wereldwijde financiële systeem. Het toenemende gebruik van financiële sancties door het Amerikaanse imperialisme als geopolitieke politiemaatregel kan dit proces alleen maar versnellen.

De verschuiving van het Chinese regime naar meer staatskapitalistische controle begon ten tijde van de financiële crisis van 2008. Dit is een zeer duidelijk en veelbesproken fenomeen: ‘Guo jin min tui’, wat betekent “de staatsbedrijven gaan vooruit, de particuliere sector trekt zich terug.” Maar terwijl dit een speciale dynamiek heeft in China – omdat de controle over belangrijke sectoren van de economie gebonden is aan het handhaven van de dictatuur aan de macht – is de toenemende toevlucht tot staatsinterventies een wereldwijde trend, geen uniek Chinese trend. Andere kapitalistische regeringen, zelfs met een onberispelijke geschiedenis van steun aan de ‘vrije markt’ wenden zich tot staatsinterventie op grote schaal.

De door de VS geleide ontkoppelingsagenda laat het regime van Xi weinig andere keuze dan te proberen de groei van de interne markt te versnellen. Maar pogingen om de binnenlandse consumptie van China te ontwikkelen schieten historisch gezien tekort, omdat de CCP het rudimentaire welvaartssysteem van de planeconomie heeft vernietigd. Het ontbreken van een sociaal vangnet dwingt de Chinezen om uitzonderlijk hoge besparingen te handhaven voor “noodgevallen” zoals ernstige ziekte of het krijgen van kinderen.

In het afgelopen decennium zijn de Chinese particuliere schulden ook geëxplodeerd, waardoor deze dicht in de buurt komen van de niveaus in de ontwikkelde kapitalistische landen. Chinese huishoudens hebben in de vijf jaar van 2015 tot 2019 een schuld van 4,6 biljoen dollar toegevoegd, vergeleken met een toename van 5,1 biljoen dollar in de Amerikaanse schuldenlast tussen 2003 en 2008. De Chinese consumptie wordt vandaag bedreigd door zowel de pandemie als de schuldendruk.

De verschuiving in het economisch beleid van China betekent niet dat het land terugkeert naar autarkie, net zo min als dat dit in andere landen het geval zal zijn. Maar China’s exportmachine zal te maken krijgen met toenemende belemmeringen, vooral op de westerse markten. De concurrentie voor de markten in Azië, Afrika en Zuid-Amerika zal nog intensiever worden.

De nationale economie wordt de beslissende focus voor Xi’s regime, naast een internationale strategie om Rusland, Zuidoost-Azië, delen van Afrika en Oost-Europa nauwer te integreren in een door China geleid blok als tegenwicht voor de hoge druk van een door de VS geleide tegenhanger. Voor zowel Washington als Peking is de nieuwe golf van blokvorming beladen met complicaties en beginnende crisissen.

Dit blijkt uit de problemen die China’s BRI-programma teisteren: toenemende schuldennood (16% van alle projecten wordt geacht in gebreke te blijven), economische winsten zijn beperkter dan verwacht, terwijl Peking ook het risico loopt verder opgezogen te worden in geopolitieke moerassen die de economie van het land onder nieuwe druk zetten. De recente confrontaties tussen China en India zijn in veel opzichten een resultaat van de BRI-ambities in Pakistan, waarbij belangrijkste projecten dicht bij de betwiste grens lopen.

Wat zal een overwinning van Biden betekenen?

De Amerikaanse verkiezingen in november zouden wel eens een adempauze kunnen bieden en zelfs leiden tot een poging om het conflict tussen de VS en China wat te verzachten. Maar dit is niet het meest waarschijnlijke scenario, ongeacht of Trump of Biden wint. Hoewel het beleid van de Koude Oorlog van het Amerikaanse imperialisme onder het toeziend oog van Trump werd gelanceerd, is hij niet de centrale figuur in dit proces geweest, en soms hebben zijn eigen beleidskeuzes hem gemarginaliseerd ten aanzien van de belangrijkste strategische lijn van de heersende klasse in de VS.

Dit bleek uit zijn besluit om de Chinese techneut ZTE in mei 2019 gratie te verlenen als een “gunst” aan Xi. En opnieuw door zijn besluit in juni 2020, om het uitvoeren van sancties tegen CCP-ambtenaren in Xinjiang uit te stellen in ruil voor Chinese beloften om de invoer van de landbouwproducten uit de VS op te voeren, een akkoord dat tot doel heeft om de steun voor Trump in de VS op te krikken.

Peking gelooft dat Trump kan worden overtuigd om overeenkomsten te sluiten, zelfs indien er een prijs tegenover staat. Tegelijk vreest Peking dat Biden heviger en ‘ideologischer’ zal zijn, mogelijk ook dat hij bekwamer zal zijn in het uitvoeren van een anti-Chinese agenda en het opbouwen van de beschadigde allianties met traditionele Amerikaanse bondgenoten. Dat verklaart de voorkeur van het CCP-regime voor een Trump-overwinning. We weten dit niet alleen op basis van de onthullingen van John Bolton, maar ook door wat gezegd werd door prominente CCP-bronnen.

Een overwinning van Biden, wat de meest waarschijnlijke uitkomst is, zal wellicht niet leiden tot het verzachten van het conflict. Verdere escalatie is waarschijnlijker. Een mogelijke variant op dit perspectief is dat de regering van Biden een “reset” aanbiedt in de relatie tussen de VS en China om onderhandelingen te openen over een breed spectrum van controversiële kwesties. Sommige concessies zouden door de VS kunnen worden aangeboden, zoals het opheffen van Trump’s tarieven, die zelfs binnen de Amerikaanse kapitalistische klasse controversieel zijn.

Maar alle concessies zouden in ruil komen voor waarschijnlijk nog hardere eisen van de VS over economisch beleid, technologie, investeringsregels, maar ook over gevoelige geopolitieke kwesties zoals de BRI, Hongkong en de Zuid-Chinese Zee. Onder Xi Jingping is het bijna ondenkbaar dat China op deze punten zou toegeven, onder meer vanwege het verlies aan persoonlijk gezag dat dit met zich mee zou brengen. Zelfs als er een wankel proces van détente zou ontstaan, zijn de kansen om een einde te maken aan het huidige conflict gering.

Het Chinese regime heeft niets te maken met communisme, socialisme of de arbeidersbeweging. Het is de dictatuur van een kapitalistische oligarchie. Het is niet in staat om een beroep te doen op de wereldwijde solidariteit om de publieke opinie te mobiliseren en vertrouwt in plaats daarvan op het giftige rechtse nationalisme en toenemende militaire macht. De Verenigde Staten en hun bondgenoten onder de ontwikkelde kapitalistische landen kunnen hun roofzuchtige imperialistische beleid gedeeltelijk verbergen achter een “democratisch” masker, zij het dat dit masker steeds verder afglijdt naarmate de kapitalistische crisis leidt tot een opgang van staatsrepressie in de “democratieën”. Socialisten verzetten zich tegen zowel het Amerikaanse als het Chinese imperialisme, die de toekomst van de planeet in gevaar brengen. Wij staan voor het opbouwen van solidariteit tussen arbeiders en onderdrukten, zowel in het oosten als in het westen, om de wereld te bevrijden van het kapitalisme en het imperialisme.

 

Print Friendly, PDF & Email
Scroll To Top