Nieuws
Home » Artikelen » Jina (Mahsa) Amini moet het symbool worden van een succesvolle arbeidersrevolutie

Jina (Mahsa) Amini moet het symbool worden van een succesvolle arbeidersrevolutie

De moord op een jonge Koerdische vrouw in Iran heeft een massale golf van onrust, protesten en stakingen op gang gebracht, die het hele regime bedreigt. Nu de wereldwijde instabiliteit voor de heersende klassen toeneemt, kan de regio opnieuw het epicentrum van revolutie en contrarevolutie worden.

ISA dossier door Nina Mo uit Oostenrijk. 

“Alles of niets.” Zo is de stemming van de massa’s in Iran, Koerdistan en daarbuiten. Ze hebben de straat niet verlaten ondanks de brute repressie, moorden en arrestaties. Onlangs nog kwamen vrouwen in Afghanistan bijeen om hun solidariteit te tonen in een manifestatie die werd ontbonden door de Taliban. Die vrezen net net als andere islamistische krachten in de regio dat de protestgolf zich zal verspreiden. De dodelijke aanvallen van het Iraakse regime tegen Koerdische groepen daar tonen hun angst dat de beweging zich over de hele Koerdische regio verspreidt. De protesten tonen dat ze etnische, nationale en genderverschillen kunnen overwinnen, wat een sleutelelement is om het hart van het islamitische regime te raken. Het regime moet omver worden geworpen door de arbeidersklasse, op weg naar een socialistisch alternatief om de bevrijding, lichamelijke autonomie, vrijheid en gelijkheid van vrouwen te garanderen.

Regime reageert wanhopig terwijl protesten doorgaan

Het islamitische regime heeft bijna alles wat het heeft ingezet. Het heeft troepen naar de protesterende steden gestuurd, het heeft wapens (waaronder machinegeweren) verspreid onder kinderen die zijn gerekruteerd voor de Basij, een repressieve militaire macht. De veiligheidstroepen hebben uitdrukkelijk opdracht gekregen de betogers “genadeloos te confronteren.” Hoewel het regime het werkelijke aantal doden verborgen houdt, loopt het volgens sommige schattingen al op tot meer dan 200. Er komt geen einde aan de arrestaties van groepen mensen en het internet blijft afgesloten.

Maar de ‘onrust’, zoals ze het noemen, gaat nu de twaalfde nacht in en blijft zich over het hele land en daarbuiten uitbreiden. Vrouwen, jongeren en arbeiders hebben hun angst verloren en niet alleen hun hijabs verbrand, maar ook de kantoren van de Basij in brand gestoken.

Stakingen hebben verschillende universiteiten lamgelegd, in sommige steden komen in klassen die normaal ongeveer tweehonderd studenten tellen, niet meer dan vijf mensen opdagen.  Professoren en leraren sluiten zich bij de studenten aan. Leraren roepen op tot verdere stakingsacties en onlangs hebben contractarbeiders in de oliesector gedreigd met een staking als de regering de repressie voortzet. Dit zou een enorme klap zijn.

Berichten uit Ashnoye, in West-Azerbeidzjan/Koerdistan, geven aan dat kleine winkels en markten al voor de tiende dag op rij staken. Veiligheidstroepen blijven manoeuvreren in de straten en buurten, maar ’s nachts komen de mensen in kleine groepen de straat op, ze verspreiden zich, ze verzamelen zich weer op een andere plaats, ze scanderen slogans vanaf de daken en ramen zoals “Vrouw, Leven, Vrijheid”, “Dood aan de dictator”, en “Dit is de laatste boodschap – ons doelwit is het hele systeem”.

De drone-aanvallen van Iran op Koerdische groepen in Zuid-Koerdistan in Irak vormen een recente escalatie. Ze tonen de bereidheid van het regime om specifiek tegen de militante Koerdische beweging op te treden. Tegelijkertijd is het regime duidelijk verdeeld. Raisi manoeuvreert tussen ‘zachte woorden’ en een harde lijn. De stemmen van geestelijken die willen reageren met enige concessies, althans in woorden, worden luider. Een invloedrijke geestelijke uit de ‘heilige stad’ Qom verklaarde onlangs dat “het een strategische fout was om religieuze en culturele kwesties aan te pakken met veiligheids- en politiemaatregelen.” Sommige conservatieve politici en prominente religieuze leiders hebben kritiek geuit op het optreden van de zedenpolitie omdat deze volgens hen vrouwen van de godsdienst wegjaagt.

De arrestatie van Faeseh Hashemi, dochter van oud-president Rafsanjani, draagt bij tot de ontwikkeling van de groeiende verdeeldheid. Het is niet de eerste keer dat gematigde, ‘hervormingsgezinde’ krachten invloed proberen te verwerven. Maar dit is nu een andere periode dan in 2009. Het hele regime, het hele establishment zit in een diepe legitimiteitscrisis, en het zal voor hen vrijwel onmogelijk zijn een nieuwe fase van stabiliteit te bereiken door alleen Raisi en zijn vleugel te vervangen door andere vleugels die het islamitische regime vertegenwoordigen.

Bovendien lijken de veiligheidstroepen van het regime in een diepe crisis te verkeren en uitgeput te zijn. Ze verliezen mensen, er zijn zelfs meldingen van soldaten die overstappen om de beweging te steunen. Ze moeten op zoek naar krachten buiten het land, in sommige steden is er letterlijk een gebrek aan Basij/politie/militairen op het terrein om de protesten en bijeenkomsten hardhandig aan te pakken.

Studentenbeweging in opmars

Een opvallend kenmerk van de beweging in dit stadium is de leidende rol van jongeren, die spontaan op straat komen maar ook op meer gecoördineerde wijze protesteren. Ondanks de vele arrestaties van studenten gaan de protesten door in de vorm van stakingen, bijeenkomsten en marsen op de universiteiten van het land. Tientallen universiteiten in het land zijn in staking en de studenten hebben aangekondigd dat zij niet zullen deelnemen aan virtuele en face-to-face lessen. Een aantal professoren van verschillende universiteiten heeft geweigerd deel te nemen aan de lessen en verklaarde zich solidair met de studenten en het protest tegen de repressie en de moorden in Iran.

Op de geneeskundefaculteit in Shiraz protesteerden studenten met de slogans “We zullen vechten, we zullen sterven, we zullen Iran terugnemen” en “Ik zal degene doden die mijn zus heeft vermoord.” Ook de studenten van de Sepehr Universiteit van Isfahan sloten zich aan bij de studentenstaking door een manifestatie te houden. De studenten marcheerden op de campus van de universiteit met slogans als “De gevangen studenten moet worden vrijgelaten.” De laatste lijst van universiteiten die klassen hebben geboycot werd woensdag gepubliceerd. Volgens deze lijst hebben studenten in meer dan tachtig universiteiten in het hele land lessen geboycot.

De radicale stemming onder de jongeren is duidelijk ook een inspirerend element onder bredere lagen van de arbeidersklasse. Dit is een generatie die onder de nieuwe regering van Raisi nog harder heeft geleden onder onderdrukking, geweld en ongelijkheid. Van de aanhoudende economische crisis, armoede, honger en wanhoop. Het is niet de eerste keer dat de inflatie explodeert, vorig jaar bedroeg die 45%. De jeugd wordt geconfronteerd met een donker heden en toekomst die uitmondt in deze explosieve stemming en woede.

Er komen meer stakingen. Werkende klasse moet voortouw nemen

De hashtag die een algemene staking eist, overspoelt momenteel de sociale media. Vooral jongeren zien de noodzaak om de beweging te verbreden en erkennen dat de volgende stappen bredere stakingsacties moeten zijn. De aankondiging van de contractarbeiders is een waarschuwing aan het regime, een belangrijke stap die kan leiden tot een daadwerkelijke algemene staking. Tegelijkertijd lijken sommige werknemersorganisaties nogal te aarzelen om zich bij de beweging aan te sluiten. Velen van hen – buschauffeurs, oliearbeiders, de arbeiders van de suikerfabriek Haft Tappeh enz. hebben verklaard dat zij de beweging steunen en bereid zijn zich op straat aan te sluiten, maar het is duidelijk dat dit niet voldoende is.

Het is geen toeval dat de leraren de eersten waren buiten de Koerdische regio’s die stakingsacties organiseerden. Het zijn overwegend vrouwen die in Iran als leraar werken, en zij hebben de afgelopen jaren het voortouw genomen bij een reeks militante stakingsacties. In hun strijd tegen onderdrukking, onbetaald loon, betere werkomstandigheden enz. hebben zij de afgelopen jaren steeds eisen rond vrouwenonderdrukking centraal gesteld. Hun initiatief zou ook als voorbeeld moeten dienen voor bredere, onafhankelijke organisaties van de arbeidersklasse. De arbeidersbeweging moet zich verbinden met de studenten en vrouwen om het voortouw te nemen in de opstand om ervoor te zorgen dat de noodzakelijke volgende stappen worden gezet om de heerschappij van de mullahs te doorbreken. Dit omvat de oprichting van zelfverdedigingscomités in buurten en werkplaatsen om weerstand te kunnen bieden aan de massale repressie, als eerste stap naar de oprichting van democratisch georganiseerde raden om de grote sectoren, de economie en de hele samenleving over te nemen.

Vrouwenonderdrukking als sleutelelement

De moord op Jina was een daad van staatsgeweld, meer bepaald van staatsgeweld tegen vrouwen en LGBTQI+-personen. Sindsdien zijn andere vrouwen die tijdens de opstand zijn gedood, nieuwe symbolen van de beweging geworden. Het feit dat de beweging begon met een opstand tegen het verplicht dragen van een hijab en vanaf het eerste moment veranderde in een opstand tegen het hele regime en systeem, komt doordat de onderdrukking van vrouwen één van de belangrijkste pijlers van het regime is.

Gedurende tientallen jaren is deze massale onderdrukking diep geworteld geraakt in alle instellingen van het systeem en in de hele samenleving, cultuur, gezinnen en hoofden. De islamitische republiek is gebouwd op de noodzaak om vrouwen en mannen te scheiden, vrouwen in de huishoudens te duwen om ze nog meer uit te buiten. Meer dan 2000 vrouwen worden elk jaar vermoord. De niet gerapporteerde aantallen zijn waarschijnlijk veel hoger. Niet alleen door toedoen van hun mannen en andere familieleden, maar ook door toedoen van politieagenten, Basij en andere veiligheidstroepen. Doodstraffen zijn de meest extreme vorm van dit staatsgeweld, maar vrouwen hebben er dagelijks in verschillende vormen mee te maken.

De afgelopen jaren is er online en offline een Iraanse #metoo beweging ontstaan, die alle gevaarlijke taboes over de aanhoudende verkrachtingen, geweld, misbruik doorbreekt. Dit is een cruciale ontwikkeling in het bewustzijn, naast het feit dat vrouwen in de afgelopen periode in de hele regio – van Soedan tot Libanon – in de frontlinies van revolutionaire bewegingen hebben gestaan. Dit groeiende feministische bewustzijn staat in schril contrast met de pogingen van het regime, sinds president Raisi in 2021 aan de macht kwam, om de vrouwenrechten verder aan banden te leggen en een draconischer aanpak van de kledingvoorschriften voor vrouwen en de richtlijnen voor de hijab door de moraalpolitie af te dwingen.

Er is ook een groeiend zelfvertrouwen onder de arbeidersklasse en jonge vrouwen, versterkt door de verstedelijking en het feit dat de meerderheid van de universiteitsstudenten in Iran nu vrouw is. Deze veranderingen in de structuren van de vrouwelijke bevolking botsen voortdurend met de realiteit van teruggedrongen worden in de huizen, geconfronteerd met beperkte rechten, geweld en vrouwenhaat.

Wanneer de vrouwen in opstand komen, wordt het islamitische regime onmiddellijk bedreigd, omdat hun ideologie gebouwd is op vrouwenhaat, onderdrukking en de uitbuiting van vrouwen in het bijzonder. De controle over vrouwenlichamen en hoe zij zich kleden is vanaf het eerste moment na de gestolen en verraden revolutie van 1979 een pijler van het regime geweest. Zij hebben dit ook gedaan in een poging om een groot deel van de voormalige activisten te criminaliseren en letterlijk van de straat te ruimen. Om rigide genderrollen te handhaven, het revolutionaire potentieel van vrouwen die altijd voorop hadden gestaan in de strijd te breken, enzovoort. Ze hebben deze ideologie, gebaseerd op de handhaving van rigide genderrollen, nodig gehad om het revolutionaire potentieel te breken van vrouwen die altijd in de voorhoede van de strijd hebben gestaan, en om hun basis op te bouwen buiten de IRGC, militairen, geestelijken enzovoort, met behulp van de verdeel-en-heers-tactiek onder de arbeidersklasse. De religieuze dictatuur betekent dat deze diepgewortelde vrouwenhaat moet worden gereproduceerd in alle aspecten van het leven van mensen, en vooral in de hoofden en geesten van mannen.

Het mag niet worden onderschat hoe cruciaal het is dat mannen en vrouwen in het hele land, buiten de Koerdische regio’s, samenkomen om “Vrouw, Leven, Vrijheid” te roepen en om de eisen voor vrouwenbevrijding bewust centraal te stellen in de beweging. Er is een video verspreid waarop te zien is hoe een man op straat een vrouw slaat en in de seconden daarna een groep mensen, voornamelijk mannen, hem daarvoor aanvalt. Dit is niet alleen een uitzonderlijke scène, het is een weerspiegeling van wat er gaande is in vele, vele buurten, werkplekken en in het bewustzijn.

Vrouwen accepteren niet langer de vrouwenhaat, pesterijen en geweld die zij dagelijks ervaren. Ze verzetten zich en vaak inspireren ze anderen met hun individuele acties, of het nu gaat om het afdoen van hun hijab of om zich fysiek te verdedigen. In 2017, 2019 en in andere periodes van opstand speelden vrouwen die hun hijab afdeden een rol in de beweging, maar dit is nu een uitdrukking van algemene bereidheid om je leven te riskeren.

Wat de uitkomst van de huidige beweging ook is, zij heeft een historische slag toegebracht aan het gezag en de ideologische grondslagen van het regime, en de situatie zal nooit meer dezelfde zijn. Dit is de reden waarom deze beweging zo explosief is: het einde eisen van de verplichting om een hijab te dragen en van alle religieuze en reactionaire wetten en beperkingen is een directe eis om een einde te maken aan de hele islamitische republiek. In de afgelopen jaren zagen we reeds dat de steun voor de religieuze instellingen en de islam zelf in Iran steeds verder is afgenomen, vooral onder jongeren. Het feit dat d religieuze leiders ook degenen zijn die superrijk zijn, waarbij de Revolutionaire Garde de grootste en belangrijkste delen van de economie controleert en profiteert van de uitbuiting van de hele arbeidersklasse. Dit draagt ertoe bij dat politieke en economische eisen hand in hand gaan.

De Koerdische kwestie en lessen uit de revolutionaire geschiedenis

Deze omwenteling, die het potentieel heeft om uit te groeien tot een massale revolutionaire beweging, kwam niet uit de lucht vallen. De laatste jaren is het regime steeds opnieuw aan het wankelen gebracht, van de grootste stakingsgolven sinds 40 jaar, tot de explosieve opstanden van de arbeidersklasse, de jongeren en de armen tegen watertekorten, torenhoge voedsel- en energieprijzen enzovoort. Sinds de pandemie beleeft deze generatie crisis na crisis en is ze nog meer geradicaliseerd. Al in 2019 had zij haar angst voor confrontaties met de veiligheidstroepen verloren. Dit heeft zich nu verder ontwikkeld. Er is een brede afname van steun voor het regime en alles waar het voor staat. In al deze bewegingen hebben vrouwen en de meest onderdrukte lagen van de arbeidersklasse het voortouw genomen.

Koerdische mensen, maar ook vele, vele andere groepen en etnische, religieuze en andere minderheden in het hele land hebben te maken met brute onderdrukking zoals Jina, die haar echte naam niet mocht gebruiken. Het regime gebruikt altijd chauvinisme, racisme en nationalisme om al deze groepen als tweederangsburgers af te schilderen, hen allerlei rechten te ontzeggen en in allerlei vormen te discrimineren.

Het is duidelijk dat de moord op Jina een vonk was die ook tegen dit soort onderdrukking een opstand uitlokte. Door de beroemde slogan van de revolutionaire strijd in Rojava ‘Vrouw, Leven, Vrijheid’ op te nemen en in het Farsi te vertalen, heeft de beweging al laten zien dat zij een verenigde strijd tegen deze verdeeldheid kan opbouwen. Het is bijvoorbeeld cruciaal dat in Tabris, de hoofdstad van Oost-Azerbeidzjan, mensen deze slogan in het Koerdisch roepen! Dit is een duidelijk statement in een regio waar de Koerdische minderheid gebukt gaat onder diepgewortelde haat.

Het is van cruciaal belang dat de beweging een programma en een benadering voor de kwestie van de nationale en etnische minderheden ontwikkelt en de eisen voor zelfbeschikking centraal stelt. Het is zeer gevaarlijk dat nationalistische, monarchistische en liberale krachten, vooral binnen de internationale solidariteitsbeweging, proberen deze kwesties en de specifieke eisen inzake vrouwen- en LGBTQI+-rechten te negeren of zelfs uit te wissen.

Monarchistische krachten hebben onlangs geprobeerd aan de slogan ‘Vrouw, Leven, Vrijheid’ toe te voegen ‘Man, Vaderland, Welvaart’ Dit is een gevaarlijke poging om nationalistische ideeën te verspreiden en belangrijke elementen van de beweging te ondermijnen. Om eenheid te creëren onder de werkende massa’s in de hele regio, moet de strijd tegen nationale en etnische onderdrukking en elke vorm van chauvinistische, racistische houding, wetten en beleid worden gekoppeld aan een breder programma voor de rechten van de werkende klasse, democratische rechten, vrouwenrechten en economische eisen voor degelijke jobs en lonen, tegen armoede, honger en besparingen.

Dit soort verenigde strijd, waarin eisen om een einde te maken aan onderdrukking centraal moeten staan, is nodig om weerstand te bieden aan de verdeeldheid die het regime nodig heeft voor zijn bewind. In zekere zin is dit ook één van de belangrijkste lessen van de revolutionaire geschiedenis in Iran. De fouten van links in Iran die hebben geleid tot de contrarevolutie in de periode na 1979, de revolutie die de Sjah ten val bracht, hangen nauw samen met deze kwestie.

Binnen enkele maanden na de oprichting van de Islamitische Republiek werden vrouwen, etnische en religieuze minderheden en arbeiders brutaal aangevallen. Vrouwelijke werknemers werden gedwongen zich aan de islamitische kledingvoorschriften te houden om hun baan te behouden. Vrouwen mochten geen rechter worden. Stranden en sporten werden gescheiden naar geslacht. De wettelijke huwelijksleeftijd voor meisjes werd verlaagd tot 9 jaar en getrouwde vrouwen mochten niet naar reguliere scholen.

De Sjah had deze rechten, die nu werden aangevallen, niet verleend; ze waren verworven door harde strijd in de jaren daarvoor. Het terugdraaien van deze verworvenheden behoorde niet tot de doelstellingen van de revolutie van de arbeiders en de armen. Vrouwen, vooral arme vrouwen en vrouwen uit de arbeidersklasse, liepen voorop in de beweging tegen de Sjah, inclusief het verbod op de hijab, zelfs in de jaren voor 1979.

De Sjah vertegenwoordigde een enorme, ongelooflijke concentratie van rijkdom in de handen van de heersende elite, terwijl de werkloosheid in deze periode explodeerde, in Teheran enorme sloppenwijken ontstonden, ziekten zich verspreidden, enz. Dit was de sociale achtergrond voor het verzet tegen de Sjah en de revolutionaire opstanden waarbij vrouwen hun eisen voor autonomie en vrijheid centraal stelden.

De mullahs, Khomeini en zijn volgelingen slaagden erin de klok terug te draaien en de leiding te nemen in de beweging tussen 1979 en 1981, ondanks de enorme arbeidersbeweging, arbeidersraden enzovoort. Dit was vooral te danken aan massale fouten van (stalinistisch en maoïstisch) links en de grote arbeidersorganisaties. Zij maakten zich ondergeschikt aan de islamistische krachten, accepteerden de aanvallen op vrouwen en minderheden om zich te verenigen met de mullahs tegen de Sjah. Zij aanvaardden de verplichte hijab en andere maatregelen die tot de eerste stappen van de contrarevolutie behoorden. Dit hangt samen met een blinde vlek rond kwesties van onderdrukking en het inzicht dat strijd daartegen onlosmakelijk verbonden is met een revolutionaire beweging.

Het idee dat “alle krachten zich moeten verenigen” tegen een specifieke vijand en de zogenaamde “stapsgewijze theorie” die deze krachten hadden aangepast, vormt vandaag nog steeds een bedreiging voor de beweging. In 1979 leidde de ‘eenheid’ met de mullahs tegen de Sjah tot een brute contrarevolutie, met massa-executies, arrestaties en een hardhandig optreden tegen de hele arbeiders- en socialistische beweging. Deze keer dreigt het idee van eenheid van “alle politieke krachten” tegen de mullahs. Het is uiterst gevaarlijk dat de familie van de voormalige Sjah, onder leiding van zijn zoon Reza Pahlavi, probeert de beweging te beïnvloeden en opnieuw steun te verwerven. Dit zijn de krachten die hun heerschappij opnieuw willen installeren, wat niet zal leiden tot een echte bevrijding van vrouwen, Koerden, onderdrukten, arbeiders en armen.

Imperialistische belangen en wereldwijde gevolgen

Hoewel dit scenario niet het meest waarschijnlijke is, blijkt uit de banden tussen de Sjah-familie en het westerse imperialisme dat dit scenario voor hen een optie is. Het westerse imperialisme is eigenlijk terughoudender in zijn reacties dan in het verleden, omdat het alternatieven zoekt voor Russische olie en gas. Iran heeft de tweede grootste gasreserves ter wereld en de vijfde grootste oliereserves. Ze zijn ook bang voor de groeiende beweging. Anders dan in 2019 lijken er in deze beweging amper illusies in het Westen aanwezig te zijn. De economische gevolgen van de westerse sancties voor de gewone mensen en de armen zijn de laatste jaren alleen maar erger geworden. Dit is ook de reden waarom de propaganda van het regime dat de beweging een complot van het Westen is, steeds minder effectief is.

Terwijl het Iraanse regime zich probeert te positioneren in de context van de nieuwe Koude Oorlog, is het westerse imperialisme, met name de VS, op weg naar een meer genormaliseerde relatie met het regime en komt het dichter bij een nucleair akkoord. Aan de andere kant laten de pogingen om Iran en Argentinië op te nemen in BRICS (de alliantie van Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) zien hoe de verschillende blokken in de context van nieuwe imperialistische spanningen en de toegenomen dreiging van oorlogen hun inspanningen vergroten om hun bondgenootschappen aan te halen en nieuwe op te bouwen.

Tegelijkertijd is het duidelijk dat geen van deze krachten werkelijk belang heeft bij een massale destabilisatie binnen Iran, vooral niet via dit soort potentiële revolutionaire beweging. Een mogelijke feministische woede-uitbarsting onder vrouwen in Saoedi-Arabië bijvoorbeeld zou ook een klap zijn voor de belangen van het westerse imperialisme. Dit is geen onwaarschijnlijk scenario, aangezien we in de hele regio al belangrijke gevolgen hebben gezien. Vrouwen in Afghanistan, die geconfronteerd worden met brute repressie en onderdrukking, kwamen toch bijeen om hun solidariteit te tonen met de beweging in Iran en werden onmiddellijk aangevallen door de Taliban. Vrouwen in Koerdistan, Syrië, Irak, Soedan en andere landen hebben in sommige steden hun solidariteit getoond met bijeenkomsten en demonstraties.

De grote solidariteitsprotesten van Londen tot Parijs, van de VS tot Zweden zijn indrukwekkend en laten een radicalisering zien, niet alleen onder de Koerdische en Iraanse gemeenschap, maar ook daarbuiten. De golf van solidariteit op sociale media (de Perzische hashtag ter ondersteuning van Jina Amini heeft meer dan 100 miljoen mensen bereikt!) is een teken dat de ontwikkelingen in Iran de algemene radicalisering versterken van vrouwen en jongeren die zich verzetten tegen elke vorm van vrouwenhaat, seksisme en geweld tegen de onderdrukten.

Voor velen is de beweging in Iran en de slogan ‘Vrouw, Leven, Vrijheid’ een voorbeeld van het feit dat we radicale actie nodig hebben tegen de onderdrukking en uitbuiting waarmee we geconfronteerd worden – van vrouwenmoord tot abortusbeperkingen, van onbetaald werk tot intimidatie. De heroïsche strijd van Koerdische, Iraanse, Afghaanse en andere vrouwen in de regio tegen de dictatuur is in de ogen van velen over de hele wereld het soort verzet dat zij willen zien in de context van een algemene opkomst van extreemrechtse krachten en aanvallen op vrouwen en LGBTQI+-rechten van de VS tot Italië.

Vorige week was er in Wenen een solidariteitsbetoging met het Iraanse protest. De betoging werd georganiseerd door Campagne ROSA en ISA, samen met Iraanse en Koerdische activisten. Met 2000 aanwezigen was het een groot succes.

De kwesties van programma en leiding

Hoewel de stemming van solidariteit zich over de hele wereld verspreidt, heeft de beweging in Iran een concreet perspectief en een politiek programma nodig om vooruit te komen. Momenteel is zij nog zeer spontaan, explosief en heterogeen en verward in termen van concrete eisen en perspectieven. De drone-aanvallen van het regime in Koerdistan tonen ook het gevaar dat het regime met militaire middelen reageert. Dat gevaar wordt groter als er geen gecoördineerde actie is om de beweging te verbreden en naar een hoger niveau te tillen. Ondanks de heroïsche offers van het Koerdische volk is het duidelijk dat het regime niet zal verdwijnen op basis van militaire strijd ertegen, maar door massale actie van de arbeidersklasse, die een enorme economische macht heeft in Iran.

Eerdere protestgolven zoals die in 2017 of 2019 lieten zien dat spontane uitbarstingen van woede snel de kop ingedrukt kunnen worden als er geen verdere escalatie van de beweging plaatsvindt en een programma dat de arbeidersklasse daadwerkelijk kan verenigen rond centrale eisen en strijdmethoden. Instinctief verbinden de massa’s politieke en economische eisen die moeten worden uitgewerkt tot een socialistisch programma als alternatief voor het huidige politieke en economische systeem in Iran.

Het regime spreekt over een onderzoek naar de zaak Jina, maar er kan geen vertrouwen zijn in welke van zijn instellingen dan ook. Ze zijn gebouwd om de belangen van de kapitalistische klasse in Iran te verdedigen, die diep geworteld zijn in religieus fundamentalisme, vrouwenhaat en reactionaire ideologie, en om het systeem te stabiliseren. Er kan alleen sprake zijn van een echt onderzoek als dit wordt uitgevoerd door democratische structuren van de arbeidersklasse, die voortkomen uit een revolutionaire beweging. Om deze vorm van staatsgeweld tegen vrouwen en vrouwenmoord te beëindigen, moet het hele systeem van vrouwenonderdrukking omvergeworpen worden. Vrouwen moeten gelijke rechten hebben, keuzevrijheid over wat ze willen dragen, inclusief het recht om een hijab te dragen als ze dat willen, over waar ze willen werken en wonen. Deze rechten mogen niet alleen op papier bestaan. Tijdens de pandemie zijn vooral vrouwen in Iran hun job kwijtgeraakt. In de context van de diepe economische crisis en armoede hebben veel vrouwen geen uitzicht op een zelfstandig leven. In plaats daarvan worden ze gedwongen tot een huwelijk en economische afhankelijkheid, waarbij ze dagelijks te maken hebben met geweld en extreem lage lonen.

Eisen zoals het beëindigen van elke vorm van discriminatie van etnische, nationale of religieuze minderheden, volledige democratische en vrouwenrechten zoals de opheffing van de zedenpolitie, de vrijlating van alle politieke gevangenen, de vrijheid van vergadering enzovoort zijn gekoppeld aan eisen die de kwestie van de economische macht opwerpen. De economische macht van de mullahs en, bijvoorbeeld, de Revolutionaire Garde (IRGC), en het feit dat grote delen van de economie in handen zijn van de staat of van individuele religieuze instellingen of personen, maakt heel duidelijk dat het dezelfde personen zijn die verantwoordelijk zijn voor moorden zoals die op Jina. Zij zijn ook rechtstreeks verantwoordelijk voor de wanhopige situatie van arbeiders en armen. Zij zijn de eersten die moeten worden onteigend en hun rijkdom moet worden gebruikt voor degelijke huisvesting, jobs om een einde te maken aan honger en armoede, om sociale voorzieningen en onderwijs te financieren, enzovoort.

Het kapitalisme dient alleen de belangen van een kleine minderheid van de superrijken in Iran. Zij hebben niet geleden onder de gevolgen van de pandemie of de economische crisis. Zij hebben ook geen last van de religieuze wetten en regels – zij houden hun privéfeesten in hun enorme herenhuizen, binnen en buiten het land, zonder te hoeven vrezen voor arrestatie door de zedenpolitie. Hun systeem moet volledig worden vervangen door een socialistisch systeem dat gebaseerd is op de behoeften van de massa’s, de arbeidersklasse, de boeren en de armen.

Pogingen van zowel de familie van de voormalige Sjah als liberale feministen als Masih Alinejad en anderen om zich als ‘leiders’ van de beweging op te werpen zijn duidelijk niet geslaagd. Het tegendeel is het geval: een grote laag van protesterende jongeren is uiterst sceptisch over elke vorm van ‘leiderschap’ van de beweging. Dit weerspiegelt een positieve afwijzing van die krachten die niet te vertrouwen of op te bouwen zijn. Tegelijkertijd is een discussie nodig over het soort revolutionair leiderschap dat nodig is om de beweging verder te ontwikkelen.

Het enorme verlangen in de beweging naar zelfbeschikking en bevrijding is onlosmakelijk verbonden met de behoefte aan democratische structuren en coördinatie. Juist uit de lagen van vrouwen, arbeiders, jongeren en onderdrukten die revolutionaire conclusies hebben getrokken en de noodzaak zien om te breken met het staatsapparaat en met het hele economische en sociale systeem van de Islamitische Republiek, moet een echt revolutionair leiderschap worden ontwikkeld.

Het potentieel voor een dergelijk leiderschap is aanwezig als we bijvoorbeeld kijken naar de militante Haft Tappeh arbeidersvakbond, waar de arbeiders niet alleen belangrijke stakingen hebben kunnen leiden, maar zelfs een enorme overwinning hebben behaald: de nationalisatie van de enorme suikerfabriek vorig jaar. Tegelijkertijd toont het voorbeeld van de Haft Tappeh arbeiders ook de noodzaak om te strijden voor echte arbeiderscontrole over de economie. Een noodzakelijke volgende stap daarvoor is de oprichting van democratisch georganiseerde, multi-etnische zelfverdedigingscomités om de beweging en de massa’s te verdedigen tegen staatsrepressie, maar ook om deze comités te gebruiken in de strijd voor de controle over de economie.

Als er niet tijdig een socialistische, revolutionaire leiding wordt gevormd, bestaat er een enorme dreiging van contrarevolutie, en misschien zelfs van een burgeroorlog in de Koerdische gebieden. Om een organisatie op te bouwen, een revolutionaire partij die een socialistisch programma kan verankeren binnen de beweging ter plaatse, nationaal en internationaal kan coördineren, en het politieke en organisatorische centrum van deze beweging kan worden, is het van cruciaal belang dat het potentieel van de zich ontwikkelende internationale solidariteitsbeweging wordt benut. In het licht van de internetblokkade heeft deze solidariteitsbeweging een enorme verantwoordelijkheid om zich niet te beperken tot algemene solidariteit, maar om daadwerkelijk politieke helderheid, een perspectief en een programma te bespreken, te ontwikkelen en te verspreiden.

De gemeenschap in ballingschap, evenals de bredere internationale beweging van de arbeidersklasse, kan een rol spelen die een echte impact heeft op de beweging in Iran, door de vrijheid van meningsuiting en organisatie te gebruiken om te strijden voor een socialistisch perspectief in Iran en in de hele wereld.

Lees ook:

 

Print Friendly, PDF & Email
Scroll To Top